Monumentale beelden op Paaseiland “bewaakten” drinkbaar water

paaseiland of rapa nui in het zuidoosten van de stille wereldzee, is een van de meest geïsoleerde bewoonde eilanden ter grond : het dichtsbijzijnde bewoonde eiland, pitcairn, ligt 2. 075 kilometer ver, het dichtsbijzijnde continent, zuid-amerika, ligt op 3. 500 kilometer. Het eiland heeft daarenboven weinig natuurlijke hulpbronnen. Er valt niet veel regen en die is ook onvoorspelbaar, er zijn geen visrijke riffen rond het eiland en geen lagunes, de aardkorst is er niet erg rijk en er zijn geen beschutte valleien zoals die er op veel andere eilanden in de stille wereldzee wel zijn, en door de poreuze, doorlatende aardkorst zijn er slechts enkele zoetwatermeren in vulkanen, maar geen andere meren, geen permanente rivieren en slechts weinig bronnen. De inwoners van paaseiland waarden, zoals de meeste polynesiërs, merendeels landbouwers, en ze verbouwden voornamelijk zoete patat, jam en taro, tezamen met bananen en suikerriet. De groenten werden voornamelijk verbouwd in quasi mulch rotstuinen, waar de aardkorst werd afgedekt met basalten rotsen, stenen en keitjes, om de kweekplanten te afschermen tegenstrijdig de wind en uitdroging, de globe te verrijken en de temperatuur te stabiliseren. Daarnaast hielden ze kippen, aten ze de polynesische ratten die met hen mee naar het eiland waarden gereisd, zeevogels en enkele landvogels, en vingen ze vis, klaarblijkelijk voornamelijk aan de kust en niet op zee. Zoetwater is een narigheid op het eiland, dat voor het grootste deel een zeer doorlaatbare aardkorst heeft. De enige meren die er te opsporen zijn, lag op de uitgedoofde vulkanen, en zijn vaak moeilijk te penetreren, en er zijn geen permanente rivieren op paaseiland. Een belangrijke bron van zoetwater blijkt dan ook “ coastal groundwater discharge ” te zijn, zoetwater dat aan de kust opwelt uit de aardkorst en in zee loopt. Dat is voornamelijk bij eb drinkbaar, en voor de oorspronkelijke bewoners moet het een van de belangrijkste bronnen van drinkwater geweest zijn. Volgens de onderworpen van de eerste europeanen die het eiland bezochten, bezopen de inwoners “ zeewater ”, wat het zoetwater aan de kust moet geweest zijn, en was het water dat ze hen aanboden “ brak en stinkend ”. Toch wisten de oorspronkelijke inwoners, polynesiërs die het eiland in het start van de 13e eeuw koloniseerden, er zich te handhaven, en daarenboven ook meer dan 300 ahu te opbouwen, grote, opgehoogde, stenen platformen. Op 125 daarvan plaatsten ze moai, stenen mensvormige beelden uit één stuk, die verscheidene tonnen zwaar waarden – de zwaarste die ooit opgericht werd weegt 86 ton -, en die haastigheid iedereen uit dezelfde steengroeve komen aan de uitgedoofde vulkaan rano raraku. Waarom ze dat gedaan hebben, is niet verstaanbaar, en evenmin waarom de beelden situeren werden op de geplaatst waar ze staan. De meeste ahu en moai staan via de kust, met hun gezicht naar het binnenland, in het binnenland zijn er slechts enkele ahu, en schattig de moai op de ahu akivi in het binnenland loeren naar de oceaan. In de hedendaagse antropologische archeologie is het verklaren van de processen die aan de onderstel lag van het verschijnen van de artefact van monumenten, een steeds belangrijker stof worden, en nu hebben amerikaanse onderzoekers speuren of de ahu en moai op paaseiland in zwachteling staan met de levensnoodzakelijke natuurlijke hulpbronnen, en zo ja welke. Ze onderzochten de hypothese of de monumentale bouwkunst er dienst deed als een “ territoriaal signaal van beheersing over een natuurlijke hulpbron ”, of de ahu en moai met andere woorden aanduiden dat een defini\xebren hulpbron onder de beheersing stond van, en bestaanbaar zelfs terughouden was voor, een defini\xebren paring of clan binnenshuis de oorspronkelijke inwoners van paaseiland. Ze beperkten hun onderzoek tot de oostelijke kant van het eiland doordat de verdeling van de drie verscheidene natuurlijke hulpbronnen daar haastigheid volledig gedocumenteerd is en in het westen niet. De ligging van paaseiland ( rapa nui ) in de stille wereldzee, de geplaatst waar de ahu ‘s staan waarop moai situeren werden, en de grootste ahu op paaseiland, de gerestaureerde ahu tongariki, met het grootste veel moai ( 15 ), en de grootste moai die ooit opgericht werd, paro, die haastigheid 10 peettante hoog is en 82 ton weegt. Robert j. Dinapoli et al. In plosone 10/01/2019 drinkbaar water de onderzoekers voerden verscheidene analyses uit om te loeren of er een zwachteling was tussen de plaatsing van de ahu en de moai, en de verscheidene natuurlijke hulpbronnen. Ze keken bovendien naar de mulch rotstuinen, de mariene hulpbronnen – vis, schaal- en schelpdieren -, en bronnen voor zoet, drinkbaar water. Uit die analyses blijkt dat de beste mededeling voor de verdeling over het eiland van de ahu ‘s met moai, ligt in de presentie van drinkwaterbronnen. Dat verklaart ook waarom de meeste ahu aan de kust lag, overmits de meest overvloedige bron van drinkwater het opwellende zoetwater aan verscheidene geplaatst aan de kust is. De onderzoekers doneren toe dat er ook een afspraak te zien is met de mariene hulpbronnen. Ze zeggen echter dat dit uiteraard is, overmits de geplaatst waarop de mariene hulpbronnen bereikbaar zijn, meestal samenvallen met de geplaatst waar het zoetwater opwelt aan de kust. Van op een hoge klif kan men niet vissen, van op een kustrand wel. Daarenboven zeggen ze dat de presentie van mariene hulpbronnen niet nodig is om de plaatsing van de ahu ‘s te verklaren, en dat recente onderzocht aantonen dat de mariene hulpbronnen voormalig veel minder sporadisch waarden dan in het verleden vaak gedacht werd. Dat beschaven het dus niet waarschijnlijk dat verscheidene gemeenschappen onder de bevolking er over zouden wedijveren met elkaar. De locaties van de ahu ‘s met moai ( a ), de locaties van zoetwaterbronnen ( b ), de ligging van mariene hulpbronnen ( c ), de ligging van rotstuinen met een minimale ( d ), gemiddelde ( e ) en maximale ( f ) mulchbedekking op het oosten van het eiland. Kostbare signalen theorie een interpretatie van de prestaties is dat de ahu ‘s bij smaak gebouwd werden in de buurt van zoetwaterbronnen om de toegang tot of de beheersing over die bronnen af te bakenen. Die interpretatie gaat achterspeler op de logica van de “ costly signaling theory ”, de kostbare signalen theorie, waarbij de monumenten op paaseiland verondersteld geworden te dienen als opvallende demonstraties van de beheersing over de beperkte levensnoodzakelijke hulpbronnen van het eiland door een defini\xebren gemeenschap. Recentelijk hebben een veel onderzoekers een dusdanig prototype verbeeld voor de ahu ‘s – behalve hun welbekende rituele banen -, en dat prototype voorspelt dan dat er een ruimtelijk zwachteling zou moet zijn tussen de ahu ‘s en wat ze verstaanbaar verlangen fabriceren, zoals de toegang tot de beperkte en levensnoodzakelijke zoetwaterbronnen. Die voorspelling wordt nu bevestigd door de prestaties van de huidige studie, zo zeggen de onderzoekers. Voormalig werd verwoord dat de oorspronkelijke inwoners van paaseiland, voor het aansluiting met het westen, met mekaar oorlog voerden over de hulpbronnen, en dan hoogstwaarschijnlijk over zoetwater. Maar recentelijk onderzoek toont aan dat er weinig bewijs is voor oorlogvoering onder de eilandbewoners : er zijn haastigheid geen aanwijzingen voor de vervaardiging van dodelijke wapens, er zijn slechts weinig skeletten gevonden met dodelijke trauma ‘s, en de nederzettingen waarden niet versterkt. Daarom lijkt het er meer op dat de wedijver tussen de gemeenschappen op het eiland zich uitte in de vorm van de opvallende territoriale demonstraties, of kostbare signalen, die het hit verstaanbaar maakten van een defini\xebren paring, door de hoeveelheid vrije tijd die besteed kon geworden aan een zulke niet-levensnoodzakelijke activiteit. Daaruit blijkt namelijk dat ze zeer succesvol waarden in het beoefenen van activiteiten die wel levensnoodzakelijk waarden, en dus nog veel vrije tijd over hadden. De monumentale bouwkunst die daarvoor werd opgericht, lag dan dichtbij de natuurlijke hulpbronnen, meer defini\xebren de geplaatst waar zoetwater gevonden wordt, waarmee ze zwachteling beminnen, en de moai loeren niet naar de zee maar naar het binnenland, naar het territorium van de paring in kwestie. De amerikaanse onderzoekers van de huidige studie zeggen niet dat de ahu ‘s en de moai dienst deden om een territoriale rijksgrens af te bakenen – om dat te knevelen zijn volgens hen nog verdere studies nodig nodig -, maar als het zo is, zeggen ze, geworden de patronen van het voorkomen van de ahu ‘s het best beduid door de beschikbaarheid van het beperkte zoetwater op het eiland. De onderzoekers zeggen ook nog dat de huidige studie uitgebreid moet geworden tot het west deel van paaseiland, eens de gegevens over de zoetwaterbronnen voor dat streek vacant zijn. De studie van dinapoli en zijn amerikaanse collega ‘s is verschenen in het online-magazine plosone. Moai en ahu aan de kust van paaseiland ( foto : makemake/wikimedia commons/cc by-sa 3. 0 ).

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Comments are closed.